|
Wanneer op autosnelwegen en autowegen de bestuurder van een pechvoertuig op een plek terechtkomt waar hij niet mag stoppen of parkeren, moet hij een retroreflecterende veiligheidsvest dragen, zodra hij zijn voertuig verlaat.
De verplichting gaat in op 1 februari 2007.
Alleen de autosnelwegen en autowegen worden beoogd, omdat zij uitsluitend door de snelste motorvoertuigen worden gebruikt. Op deze wegen kan de aanwezigheid van een voetganger bij de overige bestuurders immers voor een totale verrassing zorgen. Een pechvoertuig kan ook het slecht functioneren van het voertuig zijn als gevolg van een verkeersongeval.
Zodra de bestuurder in staat is op eigen kracht zijn wagen te verlaten en hij de nodige maatregelen kan treffen om voor de veiligheid van het wegverkeer te zorgen (gevaarsdriehoek, ...), moet hij het veiligheidsjasje aantrekken. Dit slaat op alle gevallen waarin het voertuig op een rijstrook tot stilstand komt of wanneer het op de noodstopstrook (pechstrook) wordt geparkeerd.
Enkel de bestuurder is verplicht het veiligheidsvestje te dragen. Het wordt aanbevolen dat de overige voertuigpassagiers uit veiligheid achter de vangrail plaatsnemen.
Omdat dit als gedragsregel in de wegcode wordt opgenomen is het van toepassing op alle voertuigen die in België deelnemen aan het verkeer, dus ook buitenlandse voertuigen.Het gebruik van het fluojasje veronderstelt noodzakelijkerwijs dat de bestuurder er eentje in zijn voertuig bijheeft. Toch is de loutere aanwezigheid van het veiligheidsjasje in het voertuig niet verplicht.
Het reflecterende fluoveiligheidsjasje is niet aan minimale technische specificaties onderworpen.
Overtredingen kunnen beboet worden met 50 euro.
|